
Het verhaal
Het Lanteernverhaal begon in de vroege zomer van 1951.
Twee kandidaatonderwijzers uit Kachtem, Jozef Oosterlynck en Robert Geldhof reden per fiets naar Torhout om hun einduitslag te horen. Onderweg deden ze een belofte: "Als we ons onderwijzersdiploma halen, zullen we samen een kerstspel schrijven en ten tonele brengen voor Kachtem".
Uit hun enthousiasme en inspiratie ontstond een studentikoos kerstspel in 6 schuifjes. In drie taferelen werd voorgesteld hoe Kerstavond beleefd werd in een boerenkeuken, een ziekenkamer en in de gevangenis. De drie volgende taferelen toonden hoe Kerstavond voorbij gaat aan een dronkaard, een bedelaar en een dief.
Er werd gerepeteerd met enkele Kachtemse jonge mannen en tenslotte opgevoerd op zondag 23 december 1951 om 17 uur.
In het kerstspel moest een acteur de kerststal gaan zoeken met een lantaarn, meteen
een van de eerste rekwisieten. Spontaan en zonder discussie ontstond de naam van
de nieuwe vereniging: "Toneelgilde De Lanteern".
In de loop der jaren werd "De Lanteern" dan ook het symbool voor de gemoedelijkheid, de vriendschap en de sfeer die er altijd heerste in de groep.
Voor het kerstspel werden zowaar een 80-
Het "concert" (zo werd in die tijd een toneelopvoering genoemd) ging door op zondag 16 maart 1952 om 17 uur in de intussen verdwenen parochiale feestzaal.
De parochiale feestzaal was een muffe congregatiezaal. In de winter werd er verwarmd
met een oude kolenkachel. Er was een podium van een 12-
Voor de belichting gebruikten de technici van de groep enkel lampen van 100 Watt. (Het was beter dan niets).
De mondelinge overlevering vertelt ons mooie verhalen uit de beginjaren van De Lanteern.
Het was namelijk zo dat in de congregatiezaal maar enkele stoelen stonden. De rest moesten de acteurs gaan ophalen in 4 van de toenmalige 13 cafés in Kachtem. Dat was telkens het werk van Cyriel en Pierre. Het verzamelen van de stoelen gebeurde met de stikkarre. Onze twee mensen van dienst moesten meestal meerdere keren over en weer en ’t gebeurde wel eens dat ze voor de algemene repetitie een proper vlieg in hun oog hadden, niet van die stikkarre te duwen, maar van de rustpauzes.
Het kerstspel "Peerken, de sukkeleer" van J. L. Eggermont in 1953 bracht grote tumult
in het anders zo rustige Kachtem. Er was voor de rol van Onze Lieve Vrouw een vrouwelijke
uitbeeldster nodig. Maar van gemengd toneel was er in 1953 in Kachtem hoegenaamd
geen sprake. De pastoor kon niet toestaan dat er gemengd toneel zou gespeeld worden
op zijn parochie.
Twee op voorhand uitverkochte zalen en een speelverbod van de pastoor: "Neen, geen gemengd toneel in Kachtem!"
Een verzoekschrift aan de bisschop loste tenslotte het probleem op. De eerste toneelvrouw werd in Kachtem toegelaten. Ze moest niks doen of zeggen, enkel stokstijf daar staan met een kroon op het hoofd voorzien van enkele lampjes. Om de lampen te laten branden staken de mannen van de techniek 2 ijzerdraden verbonden met 2 koteraars in het zoutwater om elektriciteit op te wekken. Het schijnt dat de lampjes daadwerkelijk brandden.
1954 bracht voor de toneelgilde grotere mogelijkheden. Door het toedoen van E.H. Defoort, onderpastoor te Kachtem, kwam er een gloednieuwe parochiezaal. Het was een enorme verbetering naar technische uitrusting toe: een groot podium, een hemel die op en neer kon en een balkon.
Zo kreeg de toneelgilde De Lanteern de eer op de inwijdingsdag, 19 september 1954, het drama "Tranen over ter Linden" van Edm. Lauwaet op de planken te brengen.
Op 15 maart 1955 viel ons een tweede eer te beurt. We vertoonden de klucht "Pekdraad en miljoenen" van J. Hoogeveen bij de officiële opening van de feestzaal ’t Nieuw Gemeentehuis.
Voor de eerste maal zien we het eigenaardig fenomeen van een verbroedering na het optreden met een gratis bal opduiken.
Er werden zowaar 500 ingangskaarten afgeleverd: een eerste recordcijfer.
In 1956 traden de mannelijke acteurs voor het eerst op voor de jury van het Algemeen
West-
Niettegenstaande het groeiende succes werden na "Holala, ik ben papa" de toneelactiviteiten stilgelegd.
Er bleef weliswaar een lichtje in de Lanteern branden, maar het kwam niet meer tot uitstraling.
In 1963 staken Gerard Velghe (voorzitter van het feestcomité), Gabriël Verbrugghe en Cyriel Velghe de hoofden bij elkaar om te zien hoe men iets kon brengen voor de Kachtemse bevolking.
Wat konden ze beter doen dan de vroegere leden van De Lanteern eens aanspreken? Zo gezegd, zo gedaan: bij elk lid van De Lanteern werd aangeklopt en ja… het lukte! Spontaan waren acteurs en technici bereid om opnieuw te starten. Hier kunnen we zeker spreken van de toneelmicrobe. In september 1963 was er een eerste bijeenkomst en er werd een nieuw bestuur verkozen met Gabriël Verbrugghe als voorzitter. Op 15 maart 1964 gaven we reeds ons eerste wederoptreden in de feestzaal Hoornaert. Dit gebeurde in samenwerking met het Feestcomité. Dit was slim bedacht, want zodoende moesten de leden van het Feestcomité instaan voor de kaartverkoop en waren we zeker van een massale opkomst.
Het was een herneming van een der vroegere stukken, nl. "Stem der klokken", een drama van André Degraeve. Het werd een meevaller en opnieuw een bomvolle tevreden zaal.
En ‘k hore nog Leonie, waardin van de zaal : "t Was wel schone, hé… en zoveel volk… en heel de gemeenteraad op d’eerste reke… wik een luxe!"
De toneelleden waren zeer tevreden opnieuw onder gunstige omstandigheden te zijn gestart en voelden maar één behoefte: verder streven!
Op 28 maart 1964 gaven we voor het eerst een voorstelling op verplaatsing met "De stem der klokken" in het koningin Elisabeth Instituut te Oostduinkerke.
Ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis in Kachtem werd voor het eerst een openluchtvoorstelling van de eenakter "Een uur soldaat" gepland op 19 september 1964. Maar het weer was niet van de partij en noodgedwongen moest de voorstelling doorgaan in de zaal Hoornaert.
Vanaf dan waren we jaarlijks op de kermis te zien met een eenakter.
Zo brachten we
op 25 september 1965 de middeleeuwse cluyte "Nu nog". Voor De Lanteern een eenakter
met de eerste echt-
Ook E.H. Paul Lambrecht koesterde grote belangstelling voor De Lanteern. Vaak mochten we hem op onze repetities en vergaderingen begroeten. Hij had ruime en moderne ideeën en op zijn voorstel gaven we optredens in het Rustoord. Meer nog, het was op zijn aandringen dat we met gemengd toneel zouden verder werken.
Zo brachten we op 6 februari 1966 ons eerste volavondstuk met vrouwelijke en mannelijke acteurs. "Sloep zonder visser", van A. Casona werd een uitblinker tussen de vele producties.
En toen kwam de parel van alle eenakters met kermis-
Overal scharrelden we oude boerenkleren bij elkaar en van een vriend kregen we een paar nieuwe klompen in bruikleen met de mare: "Pas op, dat er niets aan is".
Maar wat raadt U? Victor Pillen had een kalf -
In 1970 waren we in volle voorbereiding voor een optreden voor de jury met "U spreekt met uw moordenaar" van Frederick Knott. Er was herhaling in het Parochiaal Centrum. Het was donderdag 22 januari. Midden in volle herhaling vloog de deur open en een verschrikte gebuur kwam het podium opgevlogen en riep: "Mensen, kom ne keer kijken, de knechteschole staat in brand…" De school grensde aan het Parochiaal Centrum. De brochures vlogen opzij en wij naar buiten en … inderdaad, de bergplaats van de school stond in brand. Vlammen door het dak en vuurgensters door de ramen. Iedereen schreeuwde om water.
De een draafde aan met een soepkruikje, de andere met een koffiekan of met een zeepemmertje. Onze regisseur sloeg groot alarm. Hij was er zodanig van aangegrepen dat hij in plaats van de brandweer op te bellen een verkeerd nummer draaide. De sirenes loeiden in Izegem en in minder dan 9 minuten was de brandweer ter plaatse. Maar inmiddels was de brand reeds onder controle door de Lanteernmensen.
Eén ding vonden we spijtig, we hadden op Kachtem maar één brandweerman en deze had juist een nieuwe TV gekocht en was op het moment van de brand in gedachten bij Jo Röpke en première. Hij had niet in het minst de sirene gehoord en wist niets af van de reuzebrand op amper 500 meter van zijn eigen huis.
Dank zij de Lanteern werd verder onheil uitgesloten.
Voor de jury behaalden we 76% met "U spreekt met uw moordenaar."
In 1972 brachten we "Een gouden kooi" van Paul Goddyn op de planken voor de jury. We behaalden daarmee een erediploma voor "stijl en voornaamheid". Op zaterdagavond hadden we 67 aanwezigen en op zondag een goede 150. "Een gouden kooi" was een zeer mooi stuk met een goede vertolking maar blijkbaar te hoog gegrepen voor ons publiek. En na al die inspanningen was er een overschot van amper 165 BEF. Doe daar maar mee verder…
Het 25-
We sloegen op de volkse toer en brachten in 1973 het volksstuk "Pasterke Candeels" van Miel Geysen en meteen waren we weg voor 3 vertoningen en volle zalen met 633 aanwezigen.
Naast het succes met de "De filosoof van Hagem" naar een roman van Jef Scheirs en bewerkt door Karel Ruyssinck in 1974 kwam er een sombere wolk boven De Lanteern op 16 augustus 1974 bij het plotse overlijden van onze goede vriend en lanteernlid Gabriël Hoornaert.
In samenwerking met het Davidsfonds-
Rond die tijd rijpte een nieuwe gedachte om een passiespel in te studeren.
In 1975, het jaar van ons zilveren jubileum, werd het passiespel "De weg terug naar
Golgotha" van Jacques Van den Bogaerde opgevoerd in de kerk van de St.-
Met het 25-
Het opzet om meer volkstoneel te brengen deed het aantal aanwezigen gestadig de hoogte in gaan: 1975: "Het gezin van Paemel" van Cyriel Buyse (650 aanwezigen), 1977: "Slisse en Cesar" van Jeroom Verten en Jos Gevers (780 aanwezigen), 1978: "Paradijsvogels" van Gaston Martens (840 aanwezigen).
Dat de Toneelgilde De Lanteern meer was dan een jaarlijkse productie op de scène neerzetten kon men reeds ondervinden in 1977 wanneer de groep opstartte met Delamaleutika ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis. (DE LAnteern MAakt LEUTe In KAchtem). Het werden jaarlijks terugkerende avonden vol leute, plezier, modeshow, muziek, en …
In 1979 speelden we "Onder één dak" van Fabricius voor de jury. In het verslag lezen we dat onze stoelen wat te dicht bij elkaar stonden, kwestie van mensen met lange benen. Het dicht bij elkaar staan van de stoelen en de daardoor stramme benen van de jury waren misschien de oorzaak dat ze gedurende de pauze, bij het proeven van een pastoorswijntje in zijn knusse zetels, wat te lang relaxeerden en zo een deel van het derde bedrijf misten.
Vanaf 1980 met "Marche funèbre voor Kamiel" van Roger Pieters overschreden we de kaap van 1000 aanwezigen per productie.
Het 30-
Op 25 september 1980 overleed Pieter Pruim, regisseur en vriend van allen. Op het gedachtenisprentje lees ik:
"Bedankt tenslotte… voor je leven;
dat jij door vele dagen, langs lange nachten,
ten koste van je eigen krachten,
je Kachtems volk hebt meegegeven."
Op 22 mei 1982 ontving De Lanteern op de AWT-
De volkse operette "Hooger op" van Emiel Serroen met muziek van Albert Lietaert was
in de herfst van 1982 de volgende nieuwe uitdaging voor De Lanteern. De oorspronkelijke
operette werd voor de eerste keer in 1930 opgevoerd te Rumbeke. De eenstemmigheid
van de liederen werd bewerkt door Dr. Lucien Verbeke tot twee-
De tekst bleef nagenoeg bewaard. Zo kostte een fles jenever amper 2 fr. op het podium.
Op het hammondorgel begeleidde Roeselarenaar Antoon Vercruysse de liederen die gebracht
werden door het Sint-
Als inzet van het 35-
In samenwerking met het muziek "Vrede en Eendracht", die 80 jaar vierde, werd door Willem Vermandere, de Vlaamse bard, een optreden gegeven in de Kachtemse sporthalle op 21 september 1985.
Vanaf 1988 wordt er in het bestuur beslist de producties te beperken tot één per jaar, namelijk in februari. De repetitiedruk, twee maal per week en dit gedurende een tiental maanden, werd voor een aantal acteurs te zwaar. Er werd meteen geopteerd voor volavondstukken met grotere bezettingen.
Zo brachten we "De verloofde van mijn vrouw" van Otto Schwarz met 10 personages in 1988, "De dag dat het kampioenschap van België verreden werd" van Mark De Bie met 17 acteurs, 3 figuranten en 7 muzikanten in februari 1989.
Dat De Lanteern verder kijkt dan de eigen vereniging bewezen het bestuur en de leden
door actief deel te nemen aan de "Actie Levenslijn" in 1990. We konden een bedrag
overschrijven van 20.600,-
"Volk in de winkel" van Roland Delannoy in 1991 kreeg volgende recensie in De Weekbode:
De Lanteern scheert momenteel weer hoge toppen. "Volk in de winkel" is ongetwijfeld één van de grootste successen uit de geschiedenis van het Kachtemse amateurgezelschap. Regisseur Albert Vandoorne heeft puik werk afgeleverd: zijn ploeg acteert op een constant hoog niveau. Ook achter de schermen is hard gewerkt. De decorbouwers verdienen een pluim voor het ouderwetse winkeltje, dat helemaal uit Westouter is overgebracht.
Op de bestuursvergadering van 20 juni 1991 wordt het ontslag van Gabriël Verbrugghe
als voorzitter aanvaard en wordt Raphaël Declercq als ad interim-
Als afscheidnemend voorzitter schreef Gabriël naar de leden een kort briefje. Het
typeert z’n 28-
Beste vrienden,
Zoals U wellicht hebt vernomen, had ik reeds enige tijd aan het bestuur gevraagd
om ontheven te worden van het voorzitterschap. Dit hebben ze nu aanvaard, waarvoor
mijn dank. Bij deze gelegenheid wil ik U allen een dankwoordje toesturen. 28 jaar
heb ik het voorzitterschap waargenomen. Het is niet altijd "rozengeur en maneschijn"
geweest. Ik dank U om Uw jarenlange inzet en vriendschap, want is De Lanteern vandaag
een bloeiende vereniging, dan is dit zeker door Uw gezamenlijke inzet en samenhang.
Er is een tijd van komen en gaan, daarom wil ik nu plaats maken voor jonge mensen.
Ik wil vernieuwing -
Mag ik U vragen, dat U de nieuwe opvolger met evenveel inzet en enthousiasme zou steunen en sterken. Geloof me, het is voor een voorzitter niet altijd makkelijk. Daarom, schaar U erachter. Dat zal ik zeker ook doen. Ik blijf verder medewerken met De Lanteern en mijn werk doen zoals vroeger, dat beloof ik U.
Ik DANK U VAN HARTE om de jarenlange inzet -
Ik wens U en de Uwen, en zeker De Lanteern een mooie toekomst!
Het ga je goed en nogmaals
DANK OM AL DIE JAREN!
G. Verbrugghe
18 juli 1991
Op 27 maart 1992 wordt Jacques Denys naar aanleiding van bestuursverkiezingen als nieuwe voorzitter aangeduid door de pas verkozen bestuursleden.
Uit het kersverse enthousiasme van het vernieuwde bestuur ontstaat in april 1992 ons infoblaadje "Lanteernlichtjes". Het aantal algemene vergaderingen is nogal beperkt en anderzijds kan er voor bepaalde leden een hele periode van inactiviteit binnen het toneel ontstaan. Door middel van een informatieblaadje kunnen alle leden geïnformeerd worden over belangrijke beslissingen of gewone wetenswaardigheden en zo blijft er binding bestaan met de vereniging.
Naast de kerkelijke activiteiten, het lovenswaardig initiatief van het muziek en een paar kermiskramen op "De Platse" was er eigenlijk niets meer te doen met "Kachtem Ommegang". Piet Verbeke liep al een tijdje rond met het idee dat er met "Kachtem Ommegang" iets meer moest gedaan worden.
Maar wat, hoe en met wie? Bij verscheidene mensen stak hij zijn licht op. Half mei
had Piet dan ook een vaag voorstel klaar, maar vond geen geschikte plaats. Met Marleen
en Jacques werd het idee verder uitgesponnen. Het kwam echter niet tot concrete afspraken
door plaats-
Tot… donderdagavond 25 juni 1992, Moeder Overste en Pater Petrus op zoek gingen naar Vader abt Jacobus (hij vierde afscheid van het schooljaar). Tot laat in de nacht werd er geregeld en beslist, want Pater Petrus had een plaats gevonden om iets te organiseren. Tijd was er misschien niet veel, maar de paters hadden daar geen probleem mee. Het Patershol zou ingericht worden in de tuin van Pater Hendrik. Moeder Overste zorgde voor aangepaste kledij en uitnodigingen. Er werden zo vlug mogelijk een paar paters bijgemaakt. Het werd een weg en weer geloop van jewelste om alles nog bij te halen: tafels, banken, stoelen, koelkast, parasols, brood, kaas, uitjes, patersbier, …
Hoewel de paters "vergaten" de officiële instanties te verwittigen stond op zaterdagavond
alles klaar om op de zondag van "Kachtem-
Om 11 uur werden de poorten van het hol opengegooid en wat bleek: er stonden reeds bezoekers aan de deur! Vader abt zat nog aan de computer prijslijstjes te maken, maar Moeder Overste, Pater Christoffel en Pater Franciskus stonden in tenue klaar om iedereen te ontvangen en te bedienen.
Het was prachtig weer en de Straffe Hendriks, wittekes, sixtussen, triples, cola’s en boterhammen gingen vlot het dorstige of hongerige maagje binnen.
Iedereen was het roerend eens: "Het is een prachtig idee".
Omstreeks 21 uur werd ’t Patershol gesloten en in een mum van tijd werd alles opgeruimd en geklaard.
We waren "in the mood" en klaar om dit initiatief verder uit te bouwen.
Met "In de miroir" van Roland Delannoy beleefde De Lanteern in februari 1993 een
van haar topmomenten. Piet leerde accordeon spelen en Nathalie veroverde als jong
talent onmiddellijk alle Kachtemse harten in de rol van Geneviève. Georges Gayse
werd als André Vandaele (hij sprak wel zeven talen, uitgenomen betalen) genomineerd
voor de Gouden Meeuw van het AWT voor zijn puike prestatie. Het was een toneelstuk
naar ons hart met een lach en een traan. Een bijzonderheid was zeker dat de scène
"De Miroir" ook na de voorstellingen werd gebruikt om de mensen een drankje aan te
bieden: een gezelliger café kon men zich niet inbeelden. Het lied: In de miroir,
il faut boire, ein gutes Bier, voe joen plezier. In de miroir, il y a l’espoir, dass
Friede kommt, waar iedereen van dromt", klinkt nu nog dikwijls als de lanteernleden
samen zijn.
Als extra activiteit noteerden we in samenwerking met het CSC-
Met "Huis zonder vensters" van Richard Reich in februari 1994 bewezen de acteurs van De Lanteern onder regie van Jim Dupont dat zij ook met drama overweg kunnen.
1995. Het 45-
"Leentje uit het hemelrijk" werd opgevoerd met Kachtem Ommegang in Het Patershol,
dat voor de tweede maal doorging op het speelplein aan de Hogestraat.
"De Hommelpluk" een volkse operette van Emiel Serroen met muziek van Albert Lietaert
bekroonde het feestelijk jaar. Drie Kachtemse culturele verenigingen: De Lanteern,
het gemengd St.-
In 1996 regisseerde Pol Vansteeland voor het eerst bij De Lanteern met "Dubbel Verkeer", een klucht van Ray Cooney. Voor het eerst werden ook 6 voorstellingen gepland. Dat was niet slecht bekeken, want alle voorstellingen liepen vol met een totaal van 1100 aanwezigen.
"De Leraarskamer" in 1997 bracht niet het verwachte succes bij ons trouw publiek.
Dit werd met Kachtem-
Het hedendaags volkstoneel van de hand van Roland Delannoy had ons in het verleden danig bekoord dat we in 1998 "Van Duiven en mensen" programmeerden. Ons talrijk publiek (1050 aanwezigen) was uitermate tevreden en vroeg naar meer.
12 augustus 1998 blijft in onze herinnering een trieste dag door het heengaan van Albert Vandoorne, aan wie we als regisseur en als mens zo veel mooie herinneringen hebben.
Eugeen Declercq won de cultuurtrofee van Izegem. Eugeen was en is nog altijd in veel verenigingen actief, denken we maar aan de Kachtemse Brugske Gezellen, de muziekvereniging Vrede en Eendracht, het verbroederingscomité Hilders, ziekenzorg Izegem, De Lanteern vanaf 1951, … Eugeen is meer dan een verdienstelijk man op cultureel vlak en daar heeft De Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid ook zo over gedacht bij het uitreiken van de cultuurtrofee in 1998. Zo werd Eugeen een beetje de culturele ambassadeur van Kachtem, hij is trouwens de eerste Kachtemnaar die deze onderscheiding mocht ontvangen in Izegem.
Op 12 september namen we deel aan een dialectenfestival in Vlaardingen (Nederland).
De organisatie was er zo chaotisch dat men ons zelfs vroeg of we eigenlijk wel wilden
spelen. Van niet spelen kon geen sprake zijn, noch van een ingekorte versie. We speelden
in ons Kachtems dialect en zo te zien hadden ze geen tien woorden gesnapt van het
30 minuten durende stukje. Ze kregen wat ze gevraagd hadden: een stukje West-
Tot in 1999 bestond het vermoeden dat De Lanteern in 1950 gestart was. Door een toevallige
ontmoeting met Robert Geldhof kwam ik te weten dat 1951 het juiste jaartal was -
1999 werd een druk jaar voor De Lanteern. Met "Pastoor Munte" van Maurits Balfoort
werden nominaties voor de gouden meeuw door de jury van het AWT toegekend aan Wilfried
Verschuere, Stijn Hoornaert en Marleen Eeckhout. Voor de eerste maal in de Lanteerngeschiedenis
werden 7 voorstellingen geprogrammeerd en met succes bevolkt.
Met Kachtem Ommegang brachten we in ’t Patershol een van onze eigen geschreven pronkstukken: De Platse. Het vernieuwde achthoekig rondpunt op het marktplein was de aanleiding om in revuestijl een plezant stukje te schrijven en naar voor te brengen.
Aan de co-
Om de geluidsversterking van het toneel aan te passen werd op 29 mei een grootse
smul-
In samenwerking met het CMBV-
Dat het millenniumjaar 2000 ook Kachtem getroffen heeft zal wel niemand verwonderen.
Met Marc Vandendriessche als regisseur brachten we "Een kamer voor twee".
Na 13 jaar trekt met Kachtem-
2001: Toneelgilde De Lanteern viert haar 50-
Het feestjaar werd geopend met een eucharistieviering opgeluisterd door het St.-
Als productie stond "Het dorp der mirakelen" van Gaston Martens in februari zeven
maal op de affiche, een mirakelspel uit de oude doos.
De jury van het AWT beloonde ons met een eervolle vermelding voor het ganse productieteam,
een Gouden Meeuw-
Als ommegangsgeschenk aan ons trouw publiek voeren we in ’t Patershol "De gelukzak" van Frits Criens op.
Om zoveel mogelijk mensen te betrekken in de viering van het 50-
De laatste stopplaats was op de hoeve Swaenepoel waar we in een verwarrende discussie terechtkwamen van een boswachter die "d’n bus van Kachtem" zocht , de garde die "d’n bus van Kachtem" aanzag als een autobus en een nonnetje dat veinsde niet goed te horen. Tenslotte stuurde de garde ons door naar het Rhodesgoed waar een lekkere warme maaltijd klaar stond. Als slot van de avond speelden "The Gipsy’s" ten dans in de tent.
De theaterwandeling was een geslaagd opzet om het jubileumjaar af te sluiten.
De geschiedenis van De Lanteern heeft zo ook zijn ups en downs gekend. Maar het blijvende succes ligt voornamelijk in het eerste punt van het statuut van de vereniging:
"Door op voorname wijze toneel te brengen, aan culturele volksverrijking te doen,
zonder partij-
Een gewichtige formule waaraan we trouw blijven door onder meer de keuze van de stukken
daarop te richten. In de voorbije 50 jaren tel ik 85 verschillende producties in
alle genres: kerstspelen, passiespelen, operettes, tropenstukken, komedies, toneelspelen,
jongerentoneel, wagenspelen, komische thrillers, drama’s, eigen creaties, tragi-
Kortom, toneel dat de toeschouwer aanspreekt, waarin de mensen zichzelf of anderen kunnen terugvinden. Een lach en een traan, een rustpauze in onze drukke en haastige maatschappij.
Om dit alles te bereiken heeft De Lanteern reeds 50 jaar kunnen rekenen op enthousiaste medewerkers: bestuur, acteurs, technici, grimeuses, influisteraars en thuiswachtende echtgenoten of echtgenotes, die ook daadwerkelijk inspringen waar hulp nodig is.
Het is een hechte vriendenkring met een positieve uitstraling naar de Kachtemse gemeenschap en ver daarbuiten.
Wij houden de vlam in De Lanteern.
Jacques Denys