>

Een stukje geschiedenis

Het Lanteernverhaal begon in de vroege zomer van 1951.
Twee kandidaatonderwijzers uit Kachtem, Jozef Oosterlynck en Robert Geldhof reden per fiets naar Torhout om hun einduitslag te horen. Onderweg deden ze een belofte: "Als we ons onderwijzersdiploma halen, zullen we samen een kerstspel schrijven en ten tonele brengen voor Kachtem".
Uit hun enthousiasme en inspiratie ontstond een studentikoos kerstspel in 6 schuifjes. In drie taferelen werd voorgesteld hoe Kerstavond beleefd werd in een boerenkeuken, een ziekenkamer en in de gevangenis. De drie volgende taferelen toonden hoe Kerstavond voorbij gaat aan een dronkaard, een bedelaar en een dief.
Er werd gerepeteerd met enkele Kachtemse jonge mannen en tenslotte opgevoerd op zondag 23 december 1951 om 17 uur.
In het kerstspel moest een acteur de kerststal gaan zoeken met een lantaarn, meteen een van de eerste rekwisieten. Spontaan en zonder discussie ontstond de naam van de nieuwe vereniging: "Toneelgilde De Lanteern".
In de loop der jaren werd "De Lanteern" dan ook het symbool voor de gemoedelijkheid, de vriendschap en de sfeer die er altijd heerste in de groep.
Voor het kerstspel werden zowaar een 80-tal ingangskaarten verkocht. Het succes was voldoende om verder te gaan en de repetities te starten van "Toen het licht verdween", een dramatische schets uit de tropen van C. Staes.
Het "concert" (zo werd in die tijd een toneelopvoering genoemd) ging door op zondag 16 maart 1952 om 17 uur in de intussen verdwenen parochiale feestzaal.
De parochiale feestzaal was een muffe congregatiezaal. In de winter werd er verwarmd met een oude kolenkachel. Er was een podium van een 12-tal vierkante meter met een krakende bevloering, waardoor de decorruimte en de speelruimte erg eng behuisd waren.
Voor de belichting gebruikten de technici van de groep enkel lampen van 100 Watt. (Het was beter dan niets).
De mondelinge overlevering vertelt ons mooie verhalen uit de beginjaren van De Lanteern.
Het was namelijk zo dat in de congregatiezaal maar enkele stoelen stonden. De rest moesten de acteurs gaan ophalen in 4 van de toenmalige 13 cafés in Kachtem. Dat was telkens het werk van Cyriel en Pierre. Het verzamelen van de stoelen gebeurde met de stikkarre. Onze twee mensen van dienst moesten meestal meerdere keren over en weer en ’t gebeurde wel eens dat ze voor de algemene repetitie een proper vlieg in hun oog hadden, niet van die stikkarre te duwen, maar van de rustpauzes.
Het kerstspel "Peerken, de sukkeleer" van J. L. Eggermont in 1953 bracht grote tumult in het anders zo rustige Kachtem. Er was voor de rol van Onze Lieve Vrouw een vrouwelijke uitbeeldster nodig. Maar van gemengd toneel was er in 1953 in Kachtem hoegenaamd geen sprake. De pastoor kon niet toestaan dat er gemengd toneel zou gespeeld worden op zijn parochie.
Twee op voorhand uitverkochte zalen en een speelverbod van de pastoor: "Neen, geen gemengd toneel in Kachtem!"
Een verzoekschrift aan de bisschop loste tenslotte het probleem op. De eerste toneelvrouw werd in Kachtem toegelaten. Ze moest niks doen of zeggen, enkel stokstijf daar staan met een kroon op het hoofd voorzien van enkele lampjes. Om de lampen te laten branden staken de mannen van de techniek 2 ijzerdraden verbonden met 2 koteraars in het zoutwater om elektriciteit op te wekken. Het schijnt dat de lampjes daadwerkelijk brandden.
1954 bracht voor de toneelgilde grotere mogelijkheden. Door het toedoen van E.H. Defoort, onderpastoor te Kachtem, kwam er een gloednieuwe parochiezaal. Het was een enorme verbetering naar technische uitrusting toe: een groot podium, een hemel die op en neer kon en een balkon.
Zo kreeg de toneelgilde De Lanteern de eer op de inwijdingsdag, 19 september 1954, het drama "Tranen over ter Linden" van Edm. Lauwaet op de planken te brengen.
Op 15 maart 1955 viel ons een tweede eer te beurt. We vertoonden de klucht "Pekdraad en miljoenen" van J. Hoogeveen bij de officiële opening van de feestzaal ’t Nieuw Gemeentehuis.
Voor de eerste maal zien we het eigenaardig fenomeen van een verbroedering na het optreden met een gratis bal opduiken.
Er werden zowaar 500 ingangskaarten afgeleverd: een eerste recordcijfer.
In 1956 traden de mannelijke acteurs voor het eerst op voor de jury van het Algemeen West-Vlaams Toneel (AWT) met "Het gouden recht" van Jan Grosfeld. De Lanteern behaalde 79% en klom meteen op naar de 2de categorie.
Niettegenstaande het groeiende succes werden na "Holala, ik ben papa" de toneelactiviteiten stilgelegd.
Er bleef weliswaar een lichtje in de Lanteern branden, maar het kwam niet meer tot uitstraling.
In 1963 staken Gerard Velghe (voorzitter van het feestcomité), Gabriël Verbrugghe en Cyriel Velghe de hoofden bij elkaar om te zien hoe men iets kon brengen voor de Kachtemse bevolking.
Wat konden ze beter doen dan de vroegere leden van De Lanteern eens aanspreken? Zo gezegd, zo gedaan: bij elk lid van De Lanteern werd aangeklopt en ja… het lukte! Spontaan waren acteurs en technici bereid om opnieuw te starten. Hier kunnen we zeker spreken van de toneelmicrobe. In september 1963 was er een eerste bijeenkomst en er werd een nieuw bestuur verkozen met Gabriël Verbrugghe als voorzitter. Op 15 maart 1964 gaven we reeds ons eerste wederoptreden in de feestzaal Hoornaert. Dit gebeurde in samenwerking met het Feestcomité. Dit was slim bedacht, want zodoende moesten de leden van het Feestcomité instaan voor de kaartverkoop en waren we zeker van een massale opkomst.
Het was een herneming van een der vroegere stukken, nl. "Stem der klokken", een drama van André Degraeve. Het werd een meevaller en opnieuw een bomvolle tevreden zaal.
En ‘k hore nog Leonie, waardin van de zaal : "t Was wel schone, hé… en zoveel volk… en heel de gemeenteraad op d’eerste reke… wik een luxe!"
De toneelleden waren zeer tevreden opnieuw onder gunstige omstandigheden te zijn gestart en voelden maar één behoefte: verder streven!
Op 28 maart 1964 gaven we voor het eerst een voorstelling op verplaatsing met "De stem der klokken" in het koningin Elisabeth Instituut te Oostduinkerke.
Ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis in Kachtem werd voor het eerst een openluchtvoorstelling van de eenakter "Een uur soldaat" gepland op 19 september 1964. Maar het weer was niet van de partij en noodgedwongen moest de voorstelling doorgaan in de zaal Hoornaert.
Vanaf dan waren we jaarlijks op de kermis te zien met een eenakter. Zo brachten we op 25 september 1965 de middeleeuwse cluyte "Nu nog". Voor De Lanteern een eenakter met de eerste echt-acterende vrouwenrol, vertolkt door Mevr. Cyriel Velghe. De regie werd verzorgd door Pieter Pruim, die vast regisseur van De Lanteern werd. Zijn visie op toneel stimuleerde zowel bestuur als leden tot betere prestaties.
Ook E.H. Paul Lambrecht koesterde grote belangstelling voor De Lanteern. Vaak mochten we hem op onze repetities en vergaderingen begroeten. Hij had ruime en moderne ideeën en op zijn voorstel gaven we optredens in het Rustoord. Meer nog, het was op zijn aandringen dat we met gemengd toneel zouden verder werken.
Zo brachten we op 6 februari 1966 ons eerste volavondstuk met vrouwelijke en mannelijke acteurs. "Sloep zonder visser", van A. Casona werd een uitblinker tussen de vele producties.
En toen kwam de parel van alle eenakters met kermis-zaterdag 23 september 1967: "Leentje uit het Hemelrijk" van Gaston Martens. Het aangename werkje werd uitgevoerd in open lucht op het erf van Victor Pillen in de Sint-Jansstraat. De achterzijde van het huis en de omgeving boden een prachtig decor voor het echte volkstoneel.
Overal scharrelden we oude boerenkleren bij elkaar en van een vriend kregen we een paar nieuwe klompen in bruikleen met de mare: "Pas op, dat er niets aan is".
Maar wat raadt U? Victor Pillen had een kalf - een schoon kalf - en graag hadden we Gabriël Hoornaert (als een van de Speydoncks) met die klompen aan en met dat kalf over de weide zien gaan als inleiding. Maar o wee, dat kalf, dat was werkelijk een kalf, want het trapte een der nieuwe klompen glad in twee… en daar zaten we met de gebroken klompen.
In 1970 waren we in volle voorbereiding voor een optreden voor de jury met "U spreekt met uw moordenaar" van Frederick Knott. Er was herhaling in het Parochiaal Centrum. Het was donderdag 22 januari. Midden in volle herhaling vloog de deur open en een verschrikte gebuur kwam het podium opgevlogen en riep: "Mensen, kom ne keer kijken, de knechteschole staat in brand…" De school grensde aan het Parochiaal Centrum. De brochures vlogen opzij en wij naar buiten en … inderdaad, de bergplaats van de school stond in brand. Vlammen door het dak en vuurgensters door de ramen. Iedereen schreeuwde om water.
De een draafde aan met een soepkruikje, de andere met een koffiekan of met een zeepemmertje. Onze regisseur sloeg groot alarm. Hij was er zodanig van aangegrepen dat hij in plaats van de brandweer op te bellen een verkeerd nummer draaide. De sirenes loeiden in Izegem en in minder dan 9 minuten was de brandweer ter plaatse. Maar inmiddels was de brand reeds onder controle door de Lanteernmensen.
Eén ding vonden we spijtig, we hadden op Kachtem maar één brandweerman en deze had juist een nieuwe TV gekocht en was op het moment van de brand in gedachten bij Jo Röpke en première. Hij had niet in het minst de sirene gehoord en wist niets af van de reuzebrand op amper 500 meter van zijn eigen huis.
Dank zij de Lanteern werd verder onheil uitgesloten.
Voor de jury behaalden we 76% met "U spreekt met uw moordenaar."
In 1972 brachten we "Een gouden kooi" van Paul Goddyn op de planken voor de jury. We behaalden daarmee een erediploma voor "stijl en voornaamheid". Op zaterdagavond hadden we 67 aanwezigen en op zondag een goede 150. "Een gouden kooi" was een zeer mooi stuk met een goede vertolking maar blijkbaar te hoog gegrepen voor ons publiek. En na al die inspanningen was er een overschot van amper 165 BEF. Doe daar maar mee verder…
Het 25-jarig bestaan kwam in zicht en we moesten het over een andere boeg gooien, wilden we dit op waardige wijze kunnen vieren.
We sloegen op de volkse toer en brachten in 1973 het volksstuk "Pasterke Candeels" van Miel Geysen en meteen waren we weg voor 3 vertoningen en volle zalen met 633 aanwezigen.
Naast het succes met de "De filosoof van Hagem" naar een roman van Jef Scheirs en bewerkt door Karel Ruyssinck in 1974 kwam er een sombere wolk boven De Lanteern op 16 augustus 1974 bij het plotse overlijden van onze goede vriend en lanteernlid Gabriël Hoornaert.
In samenwerking met het Davidsfonds-Kachtem brachten we "Kerstavond bij ons", een eigen toneelwerk rond het kerstgebeuren.
Rond die tijd rijpte een nieuwe gedachte om een passiespel in te studeren.
In 1975, het jaar van ons zilveren jubileum, werd het passiespel "De weg terug naar Golgotha" van Jacques Van den Bogaerde opgevoerd in de kerk van de St.-Jansparochie. In 1976 werd het opnieuw opgevoerd in aanwezigheid van Mgr. Desmedt, bisschop van Brugge en eveneens in het arenatheater Antigone te Kortrijk.
Met het 25-jarig bestaan van de Toneelgilde De Lanteern werd op 12 april de vlag ingewijd met als meter Mevr. Gabriël Hoornaert en als peter Dhr. August Vandenbruane.
Het opzet om meer volkstoneel te brengen deed het aantal aanwezigen gestadig de hoogte in gaan: 1975: "Het gezin van Paemel" van Cyriel Buyse (650 aanwezigen), 1977: "Slisse en Cesar" van Jeroom Verten en Jos Gevers (780 aanwezigen), 1978: "Paradijsvogels" van Gaston Martens (840 aanwezigen).
Dat de Toneelgilde De Lanteern meer was dan een jaarlijkse productie op de scène neerzetten kon men reeds ondervinden in 1977 wanneer de groep opstartte met Delamaleutika ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis. (DE LAnteern MAakt LEUTe In KAchtem). Het werden jaarlijks terugkerende avonden vol leute, plezier, modeshow, muziek, en …
In 1979 speelden we "Onder één dak" van Fabricius voor de jury. In het verslag lezen we dat onze stoelen wat te dicht bij elkaar stonden, kwestie van mensen met lange benen. Het dicht bij elkaar staan van de stoelen en de daardoor stramme benen van de jury waren misschien de oorzaak dat ze gedurende de pauze, bij het proeven van een pastoorswijntje in zijn knusse zetels, wat te lang relaxeerden en zo een deel van het derde bedrijf misten.
Vanaf 1980 met "Marche funèbre voor Kamiel" van Roger Pieters overschreden we de kaap van 1000 aanwezigen per productie.
Het 30-jarig bestaan werd kleur bijgezet door het organiseren van de AWT-Gouwdag op 26 april 1980 in Kachtem. De jongeren stonden in de spotlights tijdens de academische zitting met het thema: Integratie der jongeren in het toneel. Hun overgave en gedrevenheid lieten ze dan ook blijken in een optreden als gevolg van een jongerencursus die ze samen hadden doorgemaakt. Met de Nacht van het Lanteerntje in oberbayernstemming werd de gouwdag in de kleine uurtjes afgesloten.
Op 25 september 1980 overleed Pieter Pruim, regisseur en vriend van allen. Op het gedachtenisprentje lees ik:
"Bedankt tenslotte… voor je leven;
dat jij door vele dagen, langs lange nachten,
ten koste van je eigen krachten,
je Kachtems volk hebt meegegeven."
Op 22 mei 1982 ontving De Lanteern op de AWT-gouwdag te Knokke het felbegeerde Verschaevejuweel. De motivatie van de jury, verwoord door AWT-voorzitter Kamiel Van Reeth, was duidelijk: "Vooral het feit dat de Kachtemse toneelvereniging zoveel toneelwerken ten tonele brengt van Vlaamse auteurs heeft het AWT er toe aangezet het Verschaevejuweel aan De Lanteern toe te kennen. Maar ook de organisatie van de gouwdag in 1980, de deelname aan de St.-Jansfeesten en het volgen van AWT-cursussen door de jongeren hebben er toe bijgedragen deze wisseltrofee voor één jaar toe te kennen".
De volkse operette "Hooger op" van Emiel Serroen met muziek van Albert Lietaert was in de herfst van 1982 de volgende nieuwe uitdaging voor De Lanteern. De oorspronkelijke operette werd voor de eerste keer in 1930 opgevoerd te Rumbeke. De eenstemmigheid van de liederen werd bewerkt door Dr. Lucien Verbeke tot twee- en driestemmigheid.
De tekst bleef nagenoeg bewaard. Zo kostte een fles jenever amper 2 fr. op het podium. Op het hammondorgel begeleidde Roeselarenaar Antoon Vercruysse de liederen die gebracht werden door het Sint-Janskoor. Regisseur Albert Vandoorne hield de 39 mensen op het goede pad op de scène.
Als inzet van het 35-jarig bestaan in 1985 voerden we "Een brouwer in de politiek" van Roger Pieters op. Voor het eerst was de regie in handen van Lucien Veranneman. Het stuk werd in het dialect gespeeld.
In samenwerking met het muziek "Vrede en Eendracht", die 80 jaar vierde, werd door Willem Vermandere, de Vlaamse bard, een optreden gegeven in de Kachtemse sporthalle op 21 september 1985.
Vanaf 1988 wordt er in het bestuur beslist de producties te beperken tot één per jaar, namelijk in februari. De repetitiedruk, twee maal per week en dit gedurende een tiental maanden, werd voor een aantal acteurs te zwaar. Er werd meteen geopteerd voor volavondstukken met grotere bezettingen.
Zo brachten we "De verloofde van mijn vrouw" van Otto Schwarz met 10 personages in 1988, "De dag dat het kampioenschap van België verreden werd" van Mark De Bie met 17 acteurs, 3 figuranten en 7 muzikanten in februari 1989.
Dat De Lanteern verder kijkt dan de eigen vereniging bewezen het bestuur en de leden door actief deel te nemen aan de "Actie Levenslijn" in 1990. We konden een bedrag overschrijven van 20.600,-BEF.
"Volk in de winkel" van Roland Delannoy in 1991 kreeg volgende recensie in De Weekbode:
De Lanteern scheert momenteel weer hoge toppen. "Volk in de winkel" is ongetwijfeld één van de grootste successen uit de geschiedenis van het Kachtemse amateurgezelschap. Regisseur Albert Vandoorne heeft puik werk afgeleverd: zijn ploeg acteert op een constant hoog niveau. Ook achter de schermen is hard gewerkt. De decorbouwers verdienen een pluim voor het ouderwetse winkeltje, dat helemaal uit Westouter is overgebracht.

Op de bestuursvergadering van 20 juni 1991 wordt het ontslag van Gabriël Verbrugghe als voorzitter aanvaard en wordt Raphaël Declercq als ad interim-voorzitter aangesteld tot de herverkiezing van het bestuur in 1992.
Als afscheidnemend voorzitter schreef Gabriël naar de leden een kort briefje. Het typeert z’n 28-jarig voorzitterschap met zijn bekommernis voor de vereniging en haar leden, met z’n ijver om alles in goede banen te houden, met z’n visie op de toekomst, met z’n blijvend enthousiasme en met z’n onuitsprekelijk gevoel voor vriendschap binnen de groep.
Beste vrienden,
Zoals U wellicht hebt vernomen, had ik reeds enige tijd aan het bestuur gevraagd om ontheven te worden van het voorzitterschap. Dit hebben ze nu aanvaard, waarvoor mijn dank. Bij deze gelegenheid wil ik U allen een dankwoordje toesturen. 28 jaar heb ik het voorzitterschap waargenomen. Het is niet altijd "rozengeur en maneschijn" geweest. Ik dank U om Uw jarenlange inzet en vriendschap, want is De Lanteern vandaag een bloeiende vereniging, dan is dit zeker door Uw gezamenlijke inzet en samenhang. Er is een tijd van komen en gaan, daarom wil ik nu plaats maken voor jonge mensen. Ik wil vernieuwing - nieuwe en jonge ideeën - niet in de weg staan, de tijd is aan het evolueren en De Lanteern moet mee! En daaraan wil ik graag nog medewerken zoveel ik kan. Te lang op dezelfde post blijven deugt niet, denk ik. Het bestuur heeft me gevraagd bestuurslid te blijven, dit heb ik aangenomen.
Mag ik U vragen, dat U de nieuwe opvolger met evenveel inzet en enthousiasme zou steunen en sterken. Geloof me, het is voor een voorzitter niet altijd makkelijk. Daarom, schaar U erachter. Dat zal ik zeker ook doen. Ik blijf verder medewerken met De Lanteern en mijn werk doen zoals vroeger, dat beloof ik U.
Ik DANK U VAN HARTE om de jarenlange inzet - Uw vertrouwen in mij - de vriendschap en samenhang die ik van U mocht ondervinden. En ben ik in de voorbije jaren wellicht eens "kort" geweest, of heb ik U op een of andere wijze gegriefd… bede wil me verontschuldigen.
Ik wens U en de Uwen, en zeker De Lanteern een mooie toekomst!
Het ga je goed en nogmaals
DANK OM AL DIE JAREN!
G. Verbrugghe
18 juli 1991
Op 27 maart 1992 wordt Jacques Denys naar aanleiding van bestuursverkiezingen als nieuwe voorzitter aangeduid door de pas verkozen bestuursleden.
Uit het kersverse enthousiasme van het vernieuwde bestuur ontstaat in april 1992 ons infoblaadje "Lanteernlichtjes". Het aantal algemene vergaderingen is nogal beperkt en anderzijds kan er voor bepaalde leden een hele periode van inactiviteit binnen het toneel ontstaan. Door middel van een informatieblaadje kunnen alle leden geïnformeerd worden over belangrijke beslissingen of gewone wetenswaardigheden en zo blijft er binding bestaan met de vereniging.
Naast de kerkelijke activiteiten, het lovenswaardig initiatief van het muziek en een paar kermiskramen op "De Platse" was er eigenlijk niets meer te doen met "Kachtem Ommegang". Piet Verbeke liep al een tijdje rond met het idee dat er met "Kachtem Ommegang" iets meer moest gedaan worden.
Maar wat, hoe en met wie? Bij verscheidene mensen stak hij zijn licht op. Half mei had Piet dan ook een vaag voorstel klaar, maar vond geen geschikte plaats. Met Marleen en Jacques werd het idee verder uitgesponnen. Het kwam echter niet tot concrete afspraken door plaats- en tijdsgebrek.
Tot… donderdagavond 25 juni 1992, Moeder Overste en Pater Petrus op zoek gingen naar Vader abt Jacobus (hij vierde afscheid van het schooljaar). Tot laat in de nacht werd er geregeld en beslist, want Pater Petrus had een plaats gevonden om iets te organiseren. Tijd was er misschien niet veel, maar de paters hadden daar geen probleem mee. Het Patershol zou ingericht worden in de tuin van Pater Hendrik. Moeder Overste zorgde voor aangepaste kledij en uitnodigingen. Er werden zo vlug mogelijk een paar paters bijgemaakt. Het werd een weg en weer geloop van jewelste om alles nog bij te halen: tafels, banken, stoelen, koelkast, parasols, brood, kaas, uitjes, patersbier, …
Hoewel de paters "vergaten" de officiële instanties te verwittigen stond op zaterdagavond alles klaar om op de zondag van "Kachtem-Ommegang" te starten.
Om 11 uur werden de poorten van het hol opengegooid en wat bleek: er stonden reeds bezoekers aan de deur! Vader abt zat nog aan de computer prijslijstjes te maken, maar Moeder Overste, Pater Christoffel en Pater Franciskus stonden in tenue klaar om iedereen te ontvangen en te bedienen.
Het was prachtig weer en de Straffe Hendriks, wittekes, sixtussen, triples, cola’s en boterhammen gingen vlot het dorstige of hongerige maagje binnen.
Iedereen was het roerend eens: "Het is een prachtig idee".
Omstreeks 21 uur werd ’t Patershol gesloten en in een mum van tijd werd alles opgeruimd en geklaard.
We waren "in the mood" en klaar om dit initiatief verder uit te bouwen.
Met "In de miroir" van Roland Delannoy beleefde De Lanteern in februari 1993 een van haar topmomenten. Piet leerde accordeon spelen en Nathalie veroverde als jong talent onmiddellijk alle Kachtemse harten in de rol van Geneviève. Georges Gayse werd als André Vandaele (hij sprak wel zeven talen, uitgenomen betalen) genomineerd voor de Gouden Meeuw van het AWT voor zijn puike prestatie. Het was een toneelstuk naar ons hart met een lach en een traan. Een bijzonderheid was zeker dat de scène "De Miroir" ook na de voorstellingen werd gebruikt om de mensen een drankje aan te bieden: een gezelliger café kon men zich niet inbeelden. Het lied: In de miroir, il faut boire, ein gutes Bier, voe joen plezier. In de miroir, il y a l’espoir, dass Friede kommt, waar iedereen van dromt", klinkt nu nog dikwijls als de lanteernleden samen zijn.
Als extra activiteit noteerden we in samenwerking met het CSC-vormingswerk Kachtem op 21 maart 1993 een optreden van Jo Demeyere met "De Coburger". Een schouwspel van de bovenste plank. Jo Demeyere, een groot acteur, maar ook een gemoedelijk man in de omgang. Zo liet hij zich tijdens het ontschminken ontvallen dat hij soms heimwee had naar de periode dat hij nog speelde in amateurgezelschappen: de grote contrasten, de vriendelijke sfeer en de verscheidenheid aan producties.
Met "Huis zonder vensters" van Richard Reich in februari 1994 bewezen de acteurs van De Lanteern onder regie van Jim Dupont dat zij ook met drama overweg kunnen.
1995. Het 45-jarig bestaan bracht ons in topvorm. Drie producties van de bovenste plank in één jaar tijd! "De wonderdokter" van Jos Janssen waarin 19 van onze eigen leden onder regie van Albert Vandoorne acteerden. Albert Vandoorne ontving voor de regie dan ook de "Gouden Meeuw" van het AWT.
"Leentje uit het hemelrijk" werd opgevoerd met Kachtem Ommegang in Het Patershol, dat voor de tweede maal doorging op het speelplein aan de Hogestraat.
"De Hommelpluk" een volkse operette van Emiel Serroen met muziek van Albert Lietaert bekroonde het feestelijk jaar. Drie Kachtemse culturele verenigingen: De Lanteern, het gemengd St.-Janskoor en de fanfare Vrede en Eendracht, brachten met gezamenlijke inspanningen en onder de kundige leiding van Albert Vandoorne een podiumgebeuren waarover men nog lang zal spreken.

In 1996 regisseerde Pol Vansteeland voor het eerst bij De Lanteern met "Dubbel Verkeer", een klucht van Ray Cooney. Voor het eerst werden ook 6 voorstellingen gepland. Dat was niet slecht bekeken, want alle voorstellingen liepen vol met een totaal van 1100 aanwezigen.
"De Leraarskamer" in 1997 bracht niet het verwachte succes bij ons trouw publiek. Dit werd met Kachtem-Ommegang ruimschoots goedgemaakt met een door enkele leden zelfgeschreven eenakter: "De Biechtmobiel". Na de voorstelling konden we gerust stellen dat ook mensen van de technische ploeg kunnen acteren. Philip Mestdagh, de man van de belichting, vertolkte op een zeer voortreffelijke wijze de rol van oer-Kachtemnaar met de naam "Boeroe".
Het hedendaags volkstoneel van de hand van Roland Delannoy had ons in het verleden danig bekoord dat we in 1998 "Van Duiven en mensen" programmeerden. Ons talrijk publiek (1050 aanwezigen) was uitermate tevreden en vroeg naar meer.
12 augustus 1998 blijft in onze herinnering een trieste dag door het heengaan van Albert Vandoorne, aan wie we als regisseur en als mens zo veel mooie herinneringen hebben.
Eugeen Declercq won de cultuurtrofee van Izegem. Eugeen was en is nog altijd in veel verenigingen actief, denken we maar aan de Kachtemse Brugske Gezellen, de muziekvereniging Vrede en Eendracht, het verbroederingscomité Hilders, ziekenzorg Izegem, De Lanteern vanaf 1951, … Eugeen is meer dan een verdienstelijk man op cultureel vlak en daar heeft De Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid ook zo over gedacht bij het uitreiken van de cultuurtrofee in 1998. Zo werd Eugeen een beetje de culturele ambassadeur van Kachtem, hij is trouwens de eerste Kachtemnaar die deze onderscheiding mocht ontvangen in Izegem.
Op 12 september namen we deel aan een dialectenfestival in Vlaardingen (Nederland). De organisatie was er zo chaotisch dat men ons zelfs vroeg of we eigenlijk wel wilden spelen. Van niet spelen kon geen sprake zijn, noch van een ingekorte versie. We speelden in ons Kachtems dialect en zo te zien hadden ze geen tien woorden gesnapt van het 30 minuten durende stukje. Ze kregen wat ze gevraagd hadden: een stukje West-Vlaams dialect.
Tot in 1999 bestond het vermoeden dat De Lanteern in 1950 gestart was. Door een toevallige ontmoeting met Robert Geldhof kwam ik te weten dat 1951 het juiste jaartal was - en wie kon het beter weten. Het aanvankelijk idee om 50 jaar Lanteern te vieren in 2000 werd prompt aangepast en verschoven naar 2001. Kwestie van juist te zijn.
1999 werd een druk jaar voor De Lanteern. Met "Pastoor Munte" van Maurits Balfoort werden nominaties voor de gouden meeuw door de jury van het AWT toegekend aan Wilfried Verschuere, Stijn Hoornaert en Marleen Eeckhout. Voor de eerste maal in de Lanteerngeschiedenis werden 7 voorstellingen geprogrammeerd en met succes bevolkt.
Met Kachtem Ommegang brachten we in ’t Patershol een van onze eigen geschreven pronkstukken: De Platse. Het vernieuwde achthoekig rondpunt op het marktplein was de aanleiding om in revuestijl een plezant stukje te schrijven en naar voor te brengen.
Aan de co-productie met Izegemse toneelgroepen met "De wijze kater" in regie van Bart Cafmeyer ter gelegenheid van 40 jaar Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid werd eveneens deelgenomen door een 7-tal van onze leden.
Om de geluidsversterking van het toneel aan te passen werd op 29 mei een grootse smul- en dansfuif georganiseerd onder impuls van Philip Mestdagh. Het werd een groot succes met een prachtig kasresultaat, zodat de felbegeerde micro’s konden besteld worden.
In samenwerking met het CMBV-Kachtem ontvingen we Bart Cafmeyer op 19 november 1999 met zijn prachtige voorstelling: "Van Guido en Gezelle".
Dat het millenniumjaar 2000 ook Kachtem getroffen heeft zal wel niemand verwonderen.
Met Marc Vandendriessche als regisseur brachten we "Een kamer voor twee".
Na 13 jaar trekt met Kachtem-Ommegang op zondag 2 juni 2000 de langverwachte St.-Jansstoet opnieuw door de straten. Na maandenlange voorbereiding en een stevige financiële hulp van het Izegemse stadsbestuur konden we weer eens genieten van de echte Kachtemse sfeer met vrienden en kennissen ondereen. Nadien werd door het comité beslist dat we zouden pogen om een regelmaat van vijf jaar te handhaven.
2001: Toneelgilde De Lanteern viert haar 50-jarig bestaan.
Het feestjaar werd geopend met een eucharistieviering opgeluisterd door het St.-Janskoor en waar onze nieuwe vlag werd ingewijd. Vervolgens trokken we in stoet begeleid door Vrede en Eendracht naar het Parochiaal Centrum voor een receptie. Alle genodigden werden langs de coulissen en het podium naar de zaal geleid. Vele acteurs vonden het aangenaam nog eens op de scène te staan, anderen zagen dat Kachtem er in het derde millennium aan toe is om met een grondige aanpak vernieuwing te brengen in de accommodatie.
Als productie stond "Het dorp der mirakelen" van Gaston Martens in februari zeven maal op de affiche, een mirakelspel uit de oude doos.
De jury van het AWT beloonde ons met een eervolle vermelding voor het ganse productieteam, een Gouden Meeuw-nominatie voor Wilfried Verschuere en Marleen Eeckhout en een Gouden Meeuw voor Chris Vervaeke en Johan Vandoorne.
Als ommegangsgeschenk aan ons trouw publiek voeren we in ’t Patershol "De gelukzak" van Frits Criens op.
Om zoveel mogelijk mensen te betrekken in de viering van het 50-jarig bestaan van De Lanteern werd er een theaterwandeling ingericht op zaterdag 8 september 2001. Op het Rhodesgoed werd een tent geplaatst voor zo’n 450 man. Voor de wandeling hadden we een 300-tal inschrijvingen. De 9 groepen werden begeleid door gekende dorpsfiguren. Op een vlaswagen werden de mensen eerst naar de school gebracht. De klas van de toekomst met GSM’s, piercings en … werd ons in toneelvorm naar voor gebracht. Na een korte wandeling genoten we op de hoeve Neirynck van een stukje liefdespoëzie van Paul Van Ostayen gebracht door twee jonge Kachtemse talenten: Pascale Seghers en Delphine Paenen. Op de hoeve Vanackere hoorden we een boerendiscussie en dronken er karnemelkpap. Eventjes verder op de hoeve Viaene trakteerde het muziek ons op een appelschnaps en vrolijke hoempapamuziek. We trokken verder naar de hoeve Vandoorne in de Pater Vereeckestraat, die verdwijnt voor een verkaveling, waar we met het koor konden meezingen en -dansen.
De laatste stopplaats was op de hoeve Swaenepoel waar we in een verwarrende discussie terechtkwamen van een boswachter die "d’n bus van Kachtem" zocht , de garde die "d’n bus van Kachtem" aanzag als een autobus en een nonnetje dat veinsde niet goed te horen. Tenslotte stuurde de garde ons door naar het Rhodesgoed waar een lekkere warme maaltijd klaar stond. Als slot van de avond speelden "The Gipsy’s" ten dans in de tent.
De theaterwandeling was een geslaagd opzet om het jubileumjaar af te sluiten.
De geschiedenis van De Lanteern heeft zo ook zijn ups en downs gekend. Maar het blijvende succes ligt voornamelijk in het eerste punt van het statuut van de vereniging:
"Door op voorname wijze toneel te brengen, aan culturele volksverrijking te doen, zonder partij-, politieke of ideologische binding."
Een gewichtige formule waaraan we trouw blijven door onder meer de keuze van de stukken daarop te richten. In de voorbije 50 jaren tel ik 85 verschillende producties in alle genres: kerstspelen, passiespelen, operettes, tropenstukken, komedies, toneelspelen, jongerentoneel, wagenspelen, komische thrillers, drama’s, eigen creaties, tragi-komedies, volkstoneel, …
Kortom, toneel dat de toeschouwer aanspreekt, waarin de mensen zichzelf of anderen kunnen terugvinden. Een lach en een traan, een rustpauze in onze drukke en haastige maatschappij.
Om dit alles te bereiken heeft De Lanteern reeds 50 jaar kunnen rekenen op enthousiaste medewerkers: bestuur, acteurs, technici, grimeuses, influisteraars en thuiswachtende echtgenoten of echtgenotes, die ook daadwerkelijk inspringen waar hulp nodig is.
Het is een hechte vriendenkring met een positieve uitstraling naar de Kachtemse gemeenschap en ver daarbuiten.
Wij houden de vlam in De Lanteern.

Jacques Denys

 

Europe/Amsterdam
Terug naar boven